Vooruitgang/ Saba Al-Janabi

Vooruitgang

bevrijd jezelf van traditie

Vooruitgang betekent in de filosofische zin het verbeteren van de huidige situatie van de mens door wetenschap en door het geloven in de autonome kracht van het menselijke denkvermogen. Dus vooruitgang kan de mensen bevrijden van traditie! Mensen moeten niet alleen wat wordt gezegd volgen, maar op een autonome wijze gaan nadenken over hun keuzes in het leven en overwegingen maken. Dit geldt wat mij betreft ook voor architectuur. Maar is de ontwikkeling van vooruitgang altijd positief? en wat zijn de factoren die hierin een rol spelen?

Vooruitgang is verbonden in de historische periodisering met de verlichting; een periode tussen de late zeventiende eeuw en de 18e eeuw waarin grote veranderingen hadden plaatsgevonden op zowel politiek als op wetenschappelijk gebied. De verlichting staat voor een geheel nieuwe kijk op de wereld [1] en vormt een revolutie op de donkere middeleeuwen. De technologische ontwikkeling heeft hierin een positieve rol gespeeld, door het boekdrukkunst zijn de boeken toegankelijker geworden voor de mensen, waaronder de bijbel, waarmee het mogelijk werd de corruptie in de kerk aan te klagen met een beroep op een meer ‘oorspronkelijk’ christendom. De ontdekking van America aan de andere kant eind 15e eeuw was misschien de grootste klap aan het machtige wereldbeeld van het katholieke Europa. De filosofie heeft ook in die tijd grote stappen gezet richting verandering, de menselijke waarneming en de redelijke vermogens van de mens gaan een steeds belangrijke rol spelen. Hierin is de klassieke oudheid filosofie en de invloed van enkele joodse en arabische filosofen een eye-opener geweest voor het benadrukken van de positie van het individu en de zelfstandig onderzoekende houding. De goddelijke openbaring is niet langer de enige toetsmiddel van het wetenschappelijke onderzoek. Deze ontwikkeling heeft geleidt tot een belangrijke project in de menselijke geschiedenis ‘de Encyclopédie’ 1751 en 1772 van de franse filosoof en schrijver Denis Diderot. Het doel hiervan is het verzamelen van de meest uiteenlopende vormen van kennis op alle vakgebieden, om daarmee te dragen aan het toekomstige geluk van de mensheid. Natuurlijk wordt zulk project snel tegengegaan door aristocratie. Door het verspreiden van kennis, worden de mensen bewuster gemaakt van de verborgen waarheid. Waardoor de positie van macht liefhebbers zwak wordt. De mens wordt een autonome denkkracht die de positie van zulke mensen in gevaar brengt. Niet voor niets worden de kennisruimtes, zoals universiteiten en bibliotheken, als eerst vernietigd tijdens oorlogen. Hierdoor worden de mensen onwetend gehouden zodat er weinig kans op een revolutie plaats zou vinden. De filosoof Immanuel Kant beschrijft de verlichtingsperiode, eind 18e eeuw, als het tijdperk van de oproep ‘ sapere aude’: durf te weten! voor Kant leven de mensen nog lang niet in een verlichte tijd, maar in een tijd van verlichting. Volgens him zijn er weinig mensen die durven om vrij te denken, om hun mening te uiten en kennis te gaan verwerven. Maar het is ook voor hem logisch! Hij vindt het geen individuele aangelegenheid. Het ‘sapere aude’ vereist namelijk een publieke kennisruimte of publieke sfeer, een ruimte waarin de menselijke rede alle vrijheid heeft zichzelf uit te spreken en te laten gelden [2].
De kennisruimte kan filosofisch vertaald worden naar een geestelijke ruimte waar de mensen hun kennis aan elkaar overdragen. Maar kan het ook een fysieke ruimte zijn? en wat voor soort kennis wordt in de fysieke ruimte overgedragen? De franse filosoof en historicus Michel Foucault (1926-1984) beschrijft de kennisruimte als volgt: een ruimte waarin op een geheel nieuwe manier wordt gedacht en kennis verworven. We moeten het ruimtelijk aspect hiervan zo letterlijk mogelijk nemen: ‘Kwam de kennis van de middeleeuwse katholieke scholastiek vooral uit de ruimtes van bibliotheken en kloosters, waar eeuwenoude religieuze en filosofische teksten werden bestudeerd, de nieuwe kennisruimte wordt gevormd door laboratoria waar de eerste chemische en natuurkundige proeven plaatsvinden, of door planetaria van waaruit men de hemel bestudeert, door klinieken en atria waar voor het eerst menselijke lichamen voor medisch onderzoek worden opengesneden en bestudeerd, en ook door de natuurlijke omgeving zelf, waarop de nieuwe wetenschappers hun kennisdrang en verzamelwoede botvieren.’ [3].

De kennis verwerven tegenwoordig is ook sterk veranderd. Het is niet meer exclusief te verkrijgen in bibliotheken of kloosters ‘fysieke ruimtelijke plek’. De technologie is tegenwoordig sterk ontwikkeld in vergelijking met vroeger. Nu is kennis overal te vinden via tv, internet maar ook via de traditionele wijze door bibliotheken en scholen en nog veel andere manieren. Deze ontwikkeling is niet altijd positief.  Niet alle mensen zijn kritisch qua informatie, en veel informatie die te vinden is op internet of sociale media zoals ‘face book’ is wetenschappelijk incorrect. Het gaat niet om het lezen van informatie, maar het leren kritisch te zijn ten opzichte van de informatie. Waarom vind ik deze informatie logisch en waarom niet? Hierin is het ontwikkelen van een zelfstandige denkvermogen zeer belangrijk los van de maatschappij invloed en wat anderen vinden. Het ontwikkelen van de autonome denkkracht van de mens vindt plaats naar mijn mening op zowel het privé domein ‘ het huis’ als in het publieke domein ‘ de publieke ruimte’. De sociale interactie kan alleen gevonden worden op het publieke domein en niet via internet. Het fysieke contact van de mensen met elkaar biedt een andere beleving dan bijvoorbeeld sociale media via internet. En daarom is er ook een publieke ruimte nodig die deze interactie stimuleert bij de mensen.

kennis verwerven en het laten groeien van de mens tot zelfstandig denkvermogen begint naar mijn mening in het privé domein van de mens ‘ het huis’. De shelter waar de mens zich relatief veilig voelt! Hierin is de rol van de architect groot. De architect moet zich steeds het volgende afvragen: wat biedt een nieuwe fysieke ruimte de mens? biedt het huis alleen een dak boven de hoofd of juist een plek waar alle spannende revolutionaire ideeën zullen ontwikkeld worden? Een ruimte die mensen stimuleert tot uitdaging… om te fantaseren over een betere wereld. Architectuur is niet alleen een ‘functioneel object’, wonen is niet alleen bedoeld voor schuilen… Het kan veel meer bieden voor de mens! Daarnaast bevindt een architectonisch object zich binnen een bepaalde context. Een huis dat in het platteland gevestigd is, is heel anders dan een huis dat in een stedelijk gebied zich bevindt. De architect moet de kracht en de betekenis van de context ook kunnen gebruiken voor het ontwerp. Elke omgeving roept een andere gevoelens bij de mens op, waardoor een andere belevenis wordt aangeboden. Stel voor dat je letterlijk binnen een drie dimensionale schilderij woont. Welke gevoelens in zo’n ruimte zullen opgeroepen worden?

“De kunst zelf kent geen vooruitgang, want ze is het doel van elke vooruitgang” [Malevich 1927, blz 166, dat is architectuur]. Kunst en architectuur is sterk aan elkaar verbonden. De architectentaak is niet alleen een functionele ruimte te ontwerpen, hiervoor kun je net zo goed een ingenieur inschakelen die puur een functionele ruimte kan indelen. “Bedroefd kijkt de architect naar de onontkoombare functionaliteit. Vol overgave probeert hij in zichzelf de ingenieur met de kunstenaar te verenigen, om zodoende bij elke opdracht ‘het algemene nuttige’ te verenigen (terwijl) de ingenieur als zodanig alleen oog zou hebben voor het ‘nut’” [4]. Malevich als kunstenaar heeft architectuur gezien als de ruimte dat er nuttig gebruikt moet worden ‘functioneel’ maar de geschiedenis liet hem zien dat monumenten van schoonheid hebben het overleeft, ook al hebben ze geen enkele functie meer [5].

Het moderne leven heeft een grote verandering aan architectuur gebracht. Het legt de nadruk op ‘functionaliteit’ die comfort en shelter biedt voor de gebruiker. “Elk object moet overeenkomen met zijn innerlijke wezen: met zijn functie, met datgene waarvoor het kan worden gebruikt” [6]. Moderne architecten zoals Le Corbusier waarschuwden voor zo’n benadering, omdat deze alles verwerpt wat niet logisch en redelijk is, geen rekening houdt met beweging en verandering en daarmee het leven zelf ontkent [Jorn 1994]. Le Corbusier legde in zijn werk de nadruk zowel op functionaliteit als op het ontwikkelen van tegenbeeld van de traditie. Hij wilde dat de moderne mens zich kan bevrijden van conventies en gewoonten en kan leren genieten van wat het moderne leven te bieden heeft: mobiliteit, ruimte, lichaamscultuur en uitzicht op de natuur1.  Andere moderne architecten probeerden een afstand te nemen van de traditie en vooral van de kunst. Een voorbeeld hiervan is Adolf Loos. Dat hij ‘comfort’ veel belangrijker vindt dan kunst:
“Het huis moet bij iedereen in de smaak vallen. Dit in tegenstelling tot een kunstwerk, dat niemand hoeft te bevallen. Het kunstwerk is een privé-aangelegenheid van de kunstenaar. Het huis is dat niet. Het kunstwerk wordt gerealiseerd zonder dat er behoefte aan is. Het huis voorziet in een behoefte. Het kunstwerk hoeft aan niemand verantwoording af te leggen, het huis aan iedereen. Het kunstwerk wil de mensen wakker schudden uit hun comfortabel bestaan. Het huis moet juist comfort bieden. Het kunstwerk is revolutionair, het huis conservatief. Het kunstwerk wijst de mensheid nieuwe wegen en denkt aan de toekomst. Het huis denkt aan het heden. De mens houdt van al wat zijn comfort dient. En hij haat alles wat zijn rust verstoort en hem wil losrukken van het veilige plekje dat hij heeft veroverd. Dus houdt hij van het huis en haat hij de kunst.” [7]
Deze vergelijking van Adolf Loos laat juist zien hoe belangrijk het kunst is. Hij beschrijft “Het kunstwerk wijst de mensheid nieuwe wegen en denkt aan de toekomst”,” kunst is revolutionair”. De mens heeft comfort en uitdaging nodig om creatiever te worden. Hij heeft stimulans (inspiratie) nodig om te denken, te creëren en op nieuwe ideeën te komen.

Als het privé domein van de mens ‘het huis’, de plek zijn waar de mens gestimuleerd wordt om zich te bevrijden van traditie, kan de mens vervolgens een stap verder nemen naar het overdragen van zijn kennis aan anderen in het publieke domein ‘ het openbare kennis-ruimte’. Maar hoe kan de moderne openbare ruimte ontworpen worden die de sociale interactie stimuleren tussen de mensen? waardoor de kennis en/of ervaringen uitgewisseld kunnen worden tussen de mensen. Met sociale interactie bedoel ik de ongedwongen ontmoetingen van verschillende soorten mensen met verschillende achtergronden. Binnen een bibliotheek of universiteiten komen bepaalde typen mensen, terwijl in een openbare ruimte midden in de stad iedereen komt. Een goed voorbeeld hiervan kan zijn de overkapping in de Belgische stad Gent ‘het markthal’ project van Robrecht en Daem architecten en Marie-José Van Hee architecten. Het is gesitueerd midden in de historische binnenstad en fungeert als ontmoetingsplaats. Het ontwerp bestaat uit een dubbel zadeldak dat zweeft boven logge betonnen kolommen [8]. Door de open karakter van het ontwerp, wordt iedereen spontaan uitgenodigd om onder de overkapping te lopen en het te ervaren. Het ontwerp behoudt de toegankelijkheid van het plein en transformeert het bestaande plein naar een spontane ontmoetingsplek “Het resultaat is een zelden geziene mobiliteit die het publieke domein tot een dansvloer maakt” [9]. Zulke ingreep in de openbare ruimte veroorzaakt totaal andere perspectieven “Een stad is het soort omgeving waarin een verplaatsing van nog geen vijf meter totaal andere perspectieven veroorzaakt” [9]. De mens ervaart de ruimtes om zich heen dagelijks, hij wordt beïnvloed door zijn omgeving. Het plaatsen van zulke objecten/ontwerpen die de ongedwongen ontmoeting stimuleert, zorgt voor spontane interactie tussen mensen en vervolgens kan leiden tot kennis uitwisselen!

Kortom is vooruitgang positief, het begint bij het persoon zelf in zijn privé domein ‘het huis’, de architect moet ervoor zorgen dat ‘ het huis’ meer biedt voor de gebruiker dan shelter en hem uitdagen tot vernieuwen. Terwijl de openbare ruimte voor de spontane ontmoeting zorgt waar mensen elkaar inspireren en hun kennis uitwisselen. Wat voor het privé domein geldt, geldt ook voor de openbare ruimte, de architect moet goed gaan nadenken hoe de ongedwongen ontmoeting zal plaats vinden waardoor interactie gestimuleerd wordt tussen mensen. Misschien moeten er toch maar meer ‘markthal Gent’ in meerdere steden komen te staan.

 

 

 

 

Bronnen:

1 [Boomkens, erfenissen van de verlichting, Amsterdam 2011, blz. 20]
2 [Boomkens, erfenissen van de verlichting, Amsterdam 2011, blz. 28]
3 [Boomkens, erfenissen van de verlichting, Amsterdam 2011, blz.27].
4 [‘Dat is architectuur’ sleutelteksten uit de twintigste eeuw, Hilde Heynen, André
Loeckx Lieven De Cauter, Karina van Herck, Naio10, Rotterdam 2010 blz
166,Malevich 1927
5 [‘Dat is architectuur’ sleutelteksten uit de twintigste eeuw, Hilde Heynen, André
Loeckx Lieven De Cauter, Karina van Herck, Naio10, Rotterdam 2010blz 166,dat is
architectuur].
6 [‘Dat is architectuur’ sleutelteksten uit de twintigste eeuw, Hilde Heynen, André
Loeckx Lieven De Cauter, Karina van Herck, Naio10, Rotterdam
2010rationaliteit blz. 772]
7 [‘Dat is architectuur’ sleutelteksten uit de twintigste eeuw, Hilde Heynen, André
Loeckx Lieven De Cauter, Karina van Herck, Naio10, Rotterdam 2010 Loos
1910a,
blz 61].
8 http://www.dearchitect.nl/projecten/2013/24/gent-b-markthal-robbrecht-en-daem-architecten-en-marie-jose-van-hee-architecten/gent-b-markthal-robbrecht-en-daem-architecten-en-marie-jose-van-hee-architecten.html
9 [de architect blad, jaargang 44, BIM media, oktober 2013, blz46 t/m 50]