Interview met Ronald Schleurholts, Cepezed / ArchiNEXT

foto: leon van woerkom, cepezed

De rol van de architect is aan verandering onderhevig. Niet in de laatste plaats door verschillende crises. Architecten worden lang niet altijd meer gevraagd voor het hele proces van een ontwerp, en werken soms op totaal andere wijzen en aan geheel andere opgaven. Een architect, en andere collega’s in het veld, dienen dan ook een scherpe eigen visie te hebben over het huidige werkveld en bijbehorende opdrachten. Om hier een beeld bij te krijgen onderzoeken wij als studenten van de Academie van Bouwkunst Groningen de nieuwe rol van de architect en de nieuwe kansen die door deze veranderingen ontstaan.

In de Serie van interviews voor ArchiNEXT deze keer aan het woord: Ronald Schleurholts, architect-directeur van Cepezed

Wat is uw visie op het veranderende (bouw/architectuur)klimaat?

In brede zin zijn een aantal aspecten aan het veranderen: duurzaamheid is common practice aan het worden, het werken in BIM wordt steeds breder gemeengoed bij grote bureaus.

Ook is de markt erg versnipperd: Door de crisis zijn veel bureaus verdwenen of zijn werknemers doorgestart als eigen (mini) bureaus. Voor hen is het opbouwen van referenties cruciaal om tot grotere projecten en opgaves te komen. Leuke is dat daar vaak ook wel slimme samenwerkingsverbanden ontstaan of bureaus nieuwe verdienmodellen ontdekken. Denk bijvoorbeeld aan een relatief jong bureau als Marc Koehler die in amsterdam ‘loft’ woningen in gaan ontwikkelen met een nieuwe typologie (gestapelde tunnelkist woningen van 5x5m en 12 meter diep, af te bouwen door de kopers). Door de stilstand bij de normale ontwikkelaars en corporaties en door een gezonde ondernemingszin ontstaan er dit soort kansen.

 In algemeenheid zitten we nu in een periode waarin voor het eerst na acht jaar de markt voor architecten en bouwers weer bestendig aantrekt. Dit heeft twee effecten: een tekort aan vakmanschap en een tekort in capaciteit. In de ‘slechte’ tijden zijn veel bedrijven (zowel bureaus als bouwers) failliet gegaan of in omvang sterk teruggelopen, dit maakt dat veel kennis verloren is gegaan. Bij het aantrekken van de markt zie je dat veel partijen slecht voorbereid zijn; goede werknemers met kennis en kunde zijn dus zeer nodig; slim om als jonge professional hierop te anticiperen en te zorgen dat je ervaring opdoet tijdens de studie (dat gaat bijna vanzelf in een Academie van Bouwkunst).

Een effect is ook dat vaker wordt teruggevallen in ouder reflexen van snel en veel bouwen (dus vooral productie focus), waar duurzaamheid, nieuwe concepten en flexiblilteit (lees ‘kwaliteitsfocus’) weer op de achtergrond raakt – waar deze tijdens de crisis bovenaan de agenda stonden.

Vaak resulteert deze haast ook in overhaaste ‘onaffe’ processen: ontwerpen worden op Voorlopig ontwerp basis op de uitvoeringsmarkt gegooid bijvoorbeeld, of design and build is sterk in opkomst.

 Ook is er voor grotere opdrachtgevers een trend dat architecten een veel grotere resultaatsverplichting mee krijgen: je moet onderbouwen dat je aan alle eisen voldoet, dit herleidbaar verifiëren en valideren en kan harder afgerekend worden op planning en budget dan in het verleden normaal was. Dit vraagt een betere organisatie, hoog kennisniveau en goede procesbeheersing.

Hoe is uw praktijk ontwikkeld door deze veranderingen?

Het interessante is dat cepezed verdubbeld is in omvang in de periode van crisis (waar het aantal Nederlandse werkzame architecten in die periode halveerden). Dit had met een aantal zaken te maken: enerzijds hebben wij als bureau een sterke visie op het vak: zowel in ruimtelijk organisatie, duurzame slimme gebouwen tot en met een heldere visie op een bouwmethodiek op basis van vergaande prefabricage. Dit heeft zijn weerslag op de ontwerpoplossingen en inventieve ‘maatwerk’ ontwerpen die een bijzonder en onderscheidend gebouw leveren binnen dezelfde strakke kaders als de rest van onze vakgenoten.

Vanuit de prefabricage-gedachte zijn wij zelf gaan bouwen (al sinds de jaren negentig) middels partiele aanbesteding en zonder hoofdaannemer; we coördineren de bouw dan zelf. Als je kan ontwerpen en de uitvoering kan regelen, dan is de laatste stap zelf gaan ontwikkelen; klant vinden, financiering regelen etc. Ook dit doen we al ruim 15 jaar. Ook hebben wij de afgelopen 20 jaar altijd wel een project in het buitenland in uitvoering (vooral in europa) – dit is geen focus op zich maar een steady stroom naast ons nederlandse werk.

Het aardige is dus dat we al deze diensten al in ons ‘pakket’ hadden zitten voordat de crisis aanbrak; we hoefden onszelf dus niet opnieuw uit te vinden toen de crisis startte, maar konden flexibel inspelen op de wisselende vraag.

In elke denkbare werk- of organisatiewijze hebben wij een toegevoegde waarde kunnen leveren; van traditioneel proces met bestekken, zelf ontwikkelen tot functioneren in een groot consortium voor een overheidsopgave van design-build-finance-maintain-operate.

 Het werken in grotere consortia heeft ons bureau ook verder geprofessionaliseerd: we zijn nu ook bezig om slimme plug-ins voor BIM-Revit te ontwikkelen zodat we eenvoudiger en slimmer kunnen werken. Vroeger zou het (laten maken) van software geen prioriteit voor ons geweest zijn. Uiteraard is onze core-business nog steeds goede ontwerpen maken; andere software en werkwijzen zijn nooit meer dan een middel om tot betere ontwerpen te komen- nooit een doel op zich.

 We hebben altijd geprobeerd een breed portfolio te hebben (dus niet alleen woningbouw of kantoren bijv). De crisis heeft ruimte geboden om ons specialisme van slimme maatwerkoplossingen breder in te zetten; we werken nu dus ook aan ziekenhuizen, een nieuwe Pier voor schiphol, Scholen, onderzoeks- en labgebouwen, bruggen maar ook gebouwproducten of units: bijvoorbeeld prefab OV-informatiebalies. Die breedte maakt het werk uitdagend en leuk. Opvallend is dat we inmiddels meer dan de helft van onze werkzaamheden en verduurzamen en transformeren van bestaande gebouwen betreft.

Wat is in uw ogen de nieuwe rol van de architect?

De kern van het vak is toch echt ontwerpen; met empathie en kennis integrale oplossingen en gebouwen ontwikkelen. De afgelopen decennia is ook de bouw- en advieswereld vergaand gespecialiseerd. Op zich fantastisch dat voor elk vakgebied een echte kenner en specialist is; echter wie brengt dal deze adviezen samen tot een gewogen en samenhangend gebouw: dat kan eigenlijk alleen een goede ontwerper; en dus bij gebouwen een goede architect. Soms denken mensen dat een bouwer dat ook kan maar dat is een misverstand; een bouwer knipt juist een gebouw op in uit te besteden onderdelen – maar dat is precies het tegenovergestelde van ontwerpen.

Ook moet iemand de ‘kip- ei’ situatie doorbreken: Leuk al die adviezen; maar je hebt een ruimtelijk model / architectonische visie nodig om als kapstok te dienen . De rol van de architect is dus in essentie degene  die de eerste samenhangende ruimtelijke structuur ontwikkelt en sturing geeft aan de weging en inpassing van alle specialistische vakgebieden.

Deze rol is in elk proces nodig; daaromheen kun je een heel breed ‘dienstenpakket’ ontwikkelen.

Last but not least zijn er belangen en vakgebieden die niemand borgt als de architect dat niet doet: Een mooie ruimtelijke structuur, prettige en logische routing, het inpassen van daglicht in gebouwen, een verrassende innovatieve benadering van de opgave introduceren of een geweldige inpassing op een complexe locatie.  Soms liggen juist de ongevraagde ‘opgaven’ de mooiste kansen!

Sluit uw eigen praktijk hier op aan?

Zeker; wij zoeken heel erg de uitdaging en verrassing binnen de strakke kaders die we mee krijgen van locatie, budget, programma, eisen etc. Altijd zoeken we naar innovatieve oplossingen of materiaaltoepassingen. Een ‘winnend’ plan antwoord altijd met een sterk concept op meerdere niveaus de opgave en weet de opdrachtgever of gebruiker aangenaam te verrassen.  Dit is zowel typologisch (heel ander soort plattegrond of gebouwtype bedenken dan gangbaar), technisch (we hebben bijv textiele gevels ontwikkeld tegen wind en zon) of procesmatig (prefab, zelf bouwen, of zelf ontwikkelen).

Met deze grondhouding kun je binnen elk kader en opgave een prikkelend en verrassende uitdaging vinden; het moet vooral niet teveel op werk gaan lijken.

Wat moet toegevoegd worden in de educatie van toekomstige architecten om te voldoen aan deze nieuwe rol?

Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik vooral de TU-opleidingen ken. Sterk is daar de analytische aanpak en het werken aan ontwerpend vermogen. Zeer zwak vind ik daar de aandacht voor de vakmatige kant van de architectenpraktijk: de basis van het detailleren, de kennis van bouw-ontwerp-ontwikkelprocessen, innovatieve bouwmaterialen. Wij pleiten daarom al jaren voor het verplicht stellen van praktijkstages.

 Ook moeten jonge architecten de juiste ‘pennen’ kunnen hanteren van deze tijd: ofwel zorg dat je BIM-pakketten (REVIT bijvoorbeeld) goed beheerst; dat maakt je breed inzetbaar in alle fasen van projecten en maakt dat je je energie kan stoppen in de inhoud, niet in het leren beheersen van de software.

Tot slot doe ik naast de noodzakelijke digitale technieken vooral ook een pleidooi voor het ‘schetsen’; een wisselwerking tussen exact computerwerk en het discussiëren met schetsrol en pen levert in mijn ervaring de mooiste en snelste ontwerpprocessen op. Mensen sparren, denken en schetsen veel sneller dan de computer aan kan – onderschat de kracht hiervan niet!