Jobfloris

Interview met Job Floris, Monadnock / ArchiNEXT

foto: Siedle, ARCH+ features 30

De rol van de architect is aan verandering onderhevig. Niet in de laatste plaats door verschillende crises. Architecten worden lang niet altijd meer gevraagd voor het hele proces van een ontwerp, en werken soms op totaal andere wijzen en aan geheel andere opgaven. Een architect, en andere collega’s in het veld, dienen dan ook een scherpe eigen visie te hebben over het huidige werkveld en bijbehorende opdrachten. Om hier een beeld bij te krijgen onderzoeken wij als studenten van de Academie van Bouwkunst Groningen de nieuwe rol van de architect en de nieuwe kansen die door deze veranderingen ontstaan.

In de Serie van interviews voor ArchiNEXT deze keer aan het woord: Job Floris, architect-directeur van Monadnock

Wat is uw visie op het veranderende (bouw/architectuur)klimaat en wat is daarin de rol van de architect?

Er lijkt weer beweging te zitten in de markt: er is weer zin om nieuwe projecten te ontwikkelen: dat is fijn er goed. Er worden een aantal nieuwe vragen aan de architect gesteld, die vooral betrekking lijken te hebben op communicatie en ontzorging; het spreken van een taal die voor iedereen begrijpelijk is; en er ligt een zware nadruk op het ondernemerschap van de architect.

Tegelijkertijd zijn er ook zaken onveranderd gebleven: een gebouw moet nog steeds appelleren aan ‘schoonheid’ en zorgvuldig ingepast zijn. Soms lijkt het of deze thema’s het onderspit delven temidden van bovengenoemde aspecten, terwijl ze toch de kern vormen van onze discipline.

Hoe is uw praktijk ontwikkeld door deze veranderingen?

Wij hebben onze praktijk verbreed en proberen op zoveel mogelijk schaalniveaus te kunnen opereren, en antwoorden te formuleren op ruimtelijke en programmatische vraagstukken.

Sluit uw eigen praktijk hier op aan?

Ten dele, dat komt voornamelijk omdat we ons vak breed zien, waarbij onze denkbeelden kunnen uitmonden in gebouwen, ongevraagd advies, stedenbouwkundige visies of in een interieur of een klein object.

Wat moet toegevoegd worden in de educatie van toekomstige architecten om te voldoen aan deze nieuwe rol?

Leren om initiatiefrijk te zijn is iets dat deels een karaktertrek moet zijn, maar het kan uiteraard geprikkeld- en daarmee ontwikkeld worden.
Daarnaast zou architectuur onderwijs vooral moeten bestaan uit het maken van zoveel mogelijk vlieguren: oefenen, oefenen en nog eens oefenen.
Het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden is de primaire taak van een ontwerp opleiding, alle andere interessante zaken zullen kunnen helpen om de ontwerpers nog tot grotere bloei te brengen.
Maar enkel zodra het als ‘aanvullend programma ‘ wordt gebruikt.