De ontmoeting van de nieuwe en oude City hall

Excursie Seoul, Zuid-Korea / Interview met Thomas en Paul

Een stad waar je niets begrijpt, maar waar dat totaal niet uitmaakt. Om elke hoek wacht een verrassing, zowel architectonisch als cultureel. Seoul is als Aziatische stad totaal anders dan de Europese context die wij als Groningse studenten gewend zijn. De cultuur van Zuid-Korea is compleet anders, de stad groter dan Nederland en ook architectuur staat heel anders in deze context. Nu wij zijn aangekomen en we onze eerste indrukken hebben opgedaan wordt het interessant om te kijken wat de verschillen precies zijn en wat wij daar als Groningse architectuurstudenten van kunnen leren.

Om een beeld te krijgen van de indrukken die we opdoen en hoe wij vanuit het westerse perspectief kijken naar deze stad, interviewen we in de komende dagen de verschillende studenten. Hierbij focussen we steeds op verschillende onderwerpen. Vandaag interviewen we Thomas en Paul over hoe er in Seoul omgegaan wordt met nieuwe en oude architectuur.

ArchIncubator:
Hoe wordt er in Seoul omgegaan met de extreme groei van de stad?

Paul Breteler:
Seoul is een melting pot qua architectuur, alles staat hier dwars door elkaar. Het ene moment loop je langs koninklijke paleizen en het volgende sta je tussen de glazen wolkenkrabbers.

 Paleis met bebouwing

Thomas Rosema:
In Seoul bestaat oud en nieuw naast elkaar. De termen oud en nieuw zijn hierbij relatief. Paleizen worden met veel precisie herbouwd en beschermd, terwijl een straat verderop authentieke woningen met grof geweld gesloopt worden en plaats moeten maken voor veelal karakterloze hoogbouw. In die zin is Seoul, in de woorden van Jacques Herzog, “boring”.

ArchIncubator:
Reageert deze nieuwe architectuur dan niet op zijn locatie of de geschiedenis hiervan?

Thomas Rosema:
Op veel plekken in de stad lijkt het alsof er een ufo is geland. Daarnaast hebben veel gebouwen enkel als doel om zoveel mogelijk gebruiksoppervlak te creëren, gebruik makende van het maximale beschikbare grondoppervlak. Hierdoor ontstaan er identiteit loze omgevingen.

Paul Breteler:
Je ziet dat er soms wel moeite wordt gedaan om dit beter te doen. Dit lukt soms de ene keer beter dan de andere. Zo is er bij de uitbreiding van de city hall een poging gedaan om het om het oude gebouw te vouwen, maar dit is niet secuur gedaan. De uitbreiding sluit zowel qua ontwerp als schaal totaal niet aan en overschaduwt (zowel letterlijk als figuurlijk) het oude monumentale pand.
Een ontwerp waar dit beter is gelukt is het Dongdaemun Design Plaza van Zaha Hadid. Ook een alien, maar één die de geschiedenis en de archeologie van de plek omarmt heeft en zo een harmonieuze omgeving creëert.

ArchIncubator:
Zie je deze problemen ook terug op kleine schaal, bijvoorbeeld in de woningbouw?

Paul Breteler:
Veel woningbouw bestaat hier uit identieke betonnen flatgebouwen waar Le Corbusier trots op zou zijn, maar er bestaan gelukkig nog authentieke Koreaanse woningen in de stad (Hanok). Deze worden inmiddels ook gerestaureerd en beschermd, zoals in Bukchon Hanok Village.

Thomas Rosema:
Deze Koreaanse woningen zijn zowel interessant om de structuur van de woningen als van de wijk. Alle ruimtes van deze woningen zijn gestructureerd om hun eigen binnenplaats. Het zijn misschien wel de allereerste patiowoningen. Dit geeft de kleine woning een ruim karakter, brengt rust in een drukke stad en maakt een hoge bebouwingsdichtheid mogelijk. Op de schaal van de wijk is het interessant de woningen met een organische structuur aan elkaar verbonden zitten. De buurman moet worden gerespecteerd. Hierdoor blijft niet alleen de stedenbouwkundige opzet, maar ook de identiteit van de plek behouden.

ArchIncubator:
En deze kwaliteit is niet terug te vinden in de nieuwbouw?

Thomas Rosema:
Nieuwbouw is in zo’n groeiende stad denk ik niet meer mogelijk in een dergelijke kleine schaal. Maar de lessen en de kwaliteiten zijn wel zeer goed mee te nemen. Op verschillende plekken in de stad zie je dat er nieuwe architectuur wordt gebouwd binnen de dichte structuur van de bestaande wijken. Dit zorgt voor interessante ontwerpen die creatief moeten omgaan met hun kavel.

Paul Breteler:
Ook de ruimtelijke kwaliteit van de woningen zie je terugkomen in sommige architectuur. Gebouwen zijn extern gericht op hun context, maar ook intern op hun eigen binnenplaatsen. Één van de mooiste voorbeelden die we gezien hebben is het Arumjigi Office, het kantoor van de Culture Keepers Foundation.

Moderne architectuur die de verbinding aangaat met een Hanok. Het verklaart de historie niet heilig, maar vergroot zijn kwaliteiten. Een krachtig gebaar van een organisatie die zich richt op het creatief behouden van de Koreaanse tradities en cultuur.

ArchIncubator:
Wat kan Groningen leren van Seoul?

Thomas Rosema/Paul Breteler:
Groningen kan veel leren van Seoul met betrekking op stedelijke verdichting en tegelijkertijd het creëren en behouden van identiteit. Je kan in deze stad zien hoe makkelijk het mis kan gaan, maar ook hoe het wel moet.

Verdichting moet niet gezocht worden in grootschalige of hoge gebouwen, maar in verweven structuren met een kleinere korrel. Weg met de blokverkaveling, terug naar dichte organische groei. Door een dergelijke opzet moet er creatief met de kavel omgegaan worden en moet er intelligent op de buurman gereageerd worden. Repetitie wordt hierdoor moeilijker. Elk gebouw wordt specifiek ontworpen wat zorgt voor een sterke eigen identiteit van zowel gebouwen als wijken.

Onze reis naar Zuid-Korea wordt mede mogelijk gemaakt door:

ABTWassenaar
AchterboschZantman architecten
Burovanplan
Daad architecten
Flim architecten
KAW
Van Manen en Zwart
Rizoem
Studio Turf
De Unie architecten
De Zwarte Hond